Spelregels Zaalvoetbal Barneveld

Spelregels

  • De zaalvoetbalcompetitie in Barneveld volgt zoveel mogelijk de “spelregels” van de KNVB. Hieronder zijn een aantal belangrijke regels “uitgelicht”. Ook zijn er een aantal “afwijkende” regels t.o.v. de KNVB beschreven.

  • Belangrijke KNVB regels

  1. Minimum aantal Spelers:
    Een wedstrijd moet aanvangen met tenminste 4 spelers per team waaronder een doelverdediger.

  2. Foutief wisselen:
    Gedurende de tijd, dat de bal in het spel is, wordt foutief wisselen van een speler bestraft met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd stilgelegd, tenzij de bal binnen het strafschopgebied was; in dat geval moet de indirecte vrije schop genomen worden vanaf de 6-meterlijn. Bij herhaling van foutief wisselen door hetzelfde team moet de betrokken wisselspeler bovendien worden bestraft met 2 minuten tijdstraf door het tonen van de gele kaart.

  3. Minder dan drie spelers:
    Wanneer tijdens de wedstrijd het aantal spelers van een team tengevolge van tijdelijke/definitieve verwijdering of ten gevolge van enig ander oorzaak daalt tot minder dan 3, moet de wedstrijd worden gestaakt.

  4. Aanvoerder:
    Ieder team is verplicht een aanvoerder te hebben welke herkenbaar is d.m.v. een aanvoerdersband, als dit niet zichtbaar is wordt automatisch de doelverdediger als aanvoerder aangewezen.

  5. Voordeelregel:
    Het toepassen van de voordeelregel door de scheidsrechter is toegestaan. Dit eist een wijs inzicht en oordeel van de scheidsrechter. Na toepassing van de voordeelregel kan de scheidsrechter alsnog een kaart geven en/of een vrije schop.

  6. Scoren vanaf de aftrap:
    Uit een aftrap kan niet rechtstreeks worden gescoord.

  7. Scoren vanuit een intrap:
    Uit een intrap kan niet rechtstreeks worden gescoord.

  8. Scoren vanuit een hoekschop:
    Uit een hoekschop kan rechtstreeks worden gescoord in het doel van de tegenstander.

  9. Directe en indirecte vrije trap:
    De vrije schoppen worden in twee soorten onderscheiden:
    1. directe (waaruit rechtstreeks tegen het overtredende team kan worden gescoord);
    2. Indirecte vrije trap: hier kan uit gescoord worden als deze bewust naar eigen teamspeler gespeeld wordt door degene die de vrije trap neemt. Hierna kan de bal op doel geschoten worden, waarna het doelpunt goedgekeurd zal worden. Ten alle tijde moet, bij een indirecte vrije trap, er een andere teamspeler bewust de bal toegespeeld krijgen! Bij een indirecte vrije trap zal de scheidsrechter de arm gestrekt boven het hoofd heffen

  10. Tijdstraf van 2 minuten:
    Een speler aan wie een tijdstraf van 2 minuten is opgelegd, middels het tonen van een gele kaart, moet plaatsnemen bij de tijdwaarnemer. Zijn team mag, nadat de 2 minuten tijdstraf zijn verlopen, weer worden aangevuld tenzij binnen deze 2 minuten een doelpunt wordt gescoord. In dat geval is het volgende van toepassing:
    1. Als het ene team uit 5 en het andere team uit 4 spelers bestaat en het team met 5 spelers maakt een doelpunt dan mag het team dat slechts uit 4 spelers bestaat, worden aangevuld;
    2. Als beide teams uit 3 of 4 spelers bestaan en er wordt een doelpunt gemaakt, dan spelen beide teams verder met 3 of 4 spelers.
    3. Als het ene team uit 5 spelers en het andere team uit 3 spelers bestaat, of als er 4 spelers tegen 3 spelers spelen en het team met het grootste aantal spelers maakt een doelpunt, dan mag het team dat uit 3 spelers bestaat slechts met een speler worden aangevuld.
    4. Als het team met het kleinste aantal spelers een doelpunt maakt, wordt het spel voortgezet zonder dat een team wordt aangevuld.
    5. In geval een team mag worden aangevuld na een doelpunt mag dit niet door de speler die de tijdstraf heeft gekregen, maar alleen door een wisselspeler. Heeft een team geen wissels dan kan en mag er niet worden aangevuld en dient de tijdstraf volledig te worden uitgezeten.

  11. Tweede gele kaart voor zelfde speler:
    Indien een speler in een wedstrijd zijn 2e gele kaart getoond krijgt volgt automatisch een rode kaart en moet deze speler het speelveld en de zaal verlaten. Het team moet dus verder spelen met een speler minder, na de 2 minuten straftijd (n.a.v. de 2e gele kaart) mag er weer een andere speler in. Niet de speler die na 2 gele kaarten het veld heeft moeten verlaten. Deze speler mag deze wedstrijd dus niet meer meedoen, maar krijgt wel 2 gele kaarten achter zijn naam. De volgende wedstrijd mag deze speler in principe weer meedoen, mits hij niet een x-aantal gele kaarten heeft bereikt waaruit een automatische schorsing volgt (zie ook “Afwijkende regels t.o.v. de KNVB” – Schorsing na x-aantal gele kaarten).

  12. Directe rode kaart:
    Als een speler direct een rode kaart getoond krijgt volgt een boete en schorsing.

  13. Bal tegen het plafond:
    Wanneer de bal tegen het plafond komt, moet het spel worden hervat met een intrap voor de tegenstander. De intrap wordt genomen vanaf de zijlijn op de plek die het dichtst is gelegen onder de plek waar de bal het plafond raakte. Uit deze intrap kan niet rechtstreeks worden gescoord.

  14. Afstand bij in- en vrije trap:
    Bij alle intrappen en vrije trappen moet de tegenstander 5 meter afstand houden. Indien een speler deze afstand bewust niet in acht neemt, dan wordt dit bestraft met een gele kaart.

  15. Intrap:
    Bij een intrap moet de bal op of achter de lijn liggen en dient één voet deels op of achter de lijn te blijven.

  • Afwijkende regels t.o.v. de KNVB

  1. Aanvang wedstrijd:
    In plaats van tossen trapt het eerstgenoemde team op het wedstrijdformulier af.

  2. Terugspelen op de doelverdediger:
    Een doelverdediger mag een terugspeelbal of terugkopbal niet in zijn handen pakken.
    Indien de keeper de bal in het spel brengt (doelworp, intrap/vrije schop op eigen helft) of terugbrengt in het spel (omdat hij een redding heeft verricht), dan mag hij de bal pas weer ontvangen als deze is aangeraakt door een tegenstander. Hij mag echter ook de bal van een medespeler terug ontvangen indien hij zelf op de helft van de tegenstander staat. Een intrap of vrije schop genomen door een speler mag naar de keeper gespeeld worden. Laatstgenoemde heeft immers de bal niet in het spel gebracht. Wel wordt de scheidsrechter geacht bij ieder balbezit van de keeper op eigen helft zichtbaar de 4 seconden regel te laten zien.
    Het terugspelen zoals hierboven beschreven is de officiële KNVB regel. In onze competitie mag altijd eenmaal op de keeper worden teruggespeeld zonder dat een tegenstander de bal heeft geraakt.

  3. Aanvullen team na direct rood:
    Als een speler een rode kaart ontvangt mag na 5 minuten een andere speler in het speelveld komen. Op het moment dat er tegen wordt gescoord mag het team direct weer worden aangevuld worden met 1 speler.

  4. Zoemer gaat af na 31 minuten:
    Na 31 minuten gaat de zoemer af en gaat de laatste minuut in en zal de scheidsrechter zelf aangeven wanneer de wedstrijd zal worden beëindigd.

  5. Schorsing na x-aantal gele kaarten:
    Na iedere 4e , 7e , 9e , 11e , 13e , etc. gele kaart volgt automatisch een schorsing van één wedstrijd.

  6. Van achteren aanvallen:
    Voor aanvang van het seizoen 2015/2016 hebben wij besloten dat het van achteren aanvallen van een tegenstander, mits de bal werd gespeeld, was toegestaan. Dit is teruggedraaid. Wij hebben geconstateerd dat deze regel extra verruwing van het spel met zich meebrengt.